Hoe kies ik de juiste spanband voor mijn lading?
De juiste spanband kies je niet alleen op basis van het gewicht van je lading. Ook de manier waarop je de lading zekert, de STF- en LC-waarde van de spanband, de beschikbare bevestigingspunten, de wrijving en de vorm van de lading spelen een rol.
Een spanband voor een paar verhuisdozen is bijvoorbeeld niet automatisch geschikt voor een motor, pallet, auto of zware machine.
Voor een snelle eerste keuze kun je onderstaande tabel gebruiken. Wil je weten hoeveel spanbanden je precies nodig hebt, dan moet je ook rekening houden met de zekermethode en de omstandigheden waarin de lading wordt vervoerd.
Welke spanband heb ik nodig?
Als praktische eerste richtlijn kun je onderstaande indeling gebruiken:
Kies niet alleen op basis van “ton”
Op een spanband zie je vaak een aanduiding zoals 1,5 ton, 3 ton of 5 ton. Dat kan handig zijn om verschillende uitvoeringen globaal met elkaar te vergelijken, maar het betekent niet automatisch dat je met één spanband een lading van dat gewicht veilig kunt vervoeren.
Bij ladingzekering spelen onder andere de volgende factoren een rol:
- de STF- en LC- waarde;
- de manier waarop je de lading zekert;
- de wrijving tussen de lading en de laadvloer;
- de bindhoek;
- de beschikbare bevestigingspunten.
Een aanduiding zoals 3 ton of 5 ton is daarom op zichzelf niet voldoende om te bepalen welke spanband je nodig hebt of hoeveel spanbanden je moet gebruiken.
Waar moet je op letten bij het kiezen van een spanband?
Gewicht, vorm en zwaartepunt van de lading
Hoe zwaarder je lading, hoe groter de krachten kunnen zijn die tijdens het transport moeten worden opgevangen.
Maar alleen kijken naar het totale gewicht is niet genoeg. Een compacte pallet van 1.000 kg is bijvoorbeeld een heel andere lading dan een lange machine van 1.000 kg of een object met een hoog zwaartepunt.
Kijk daarom ook naar:
- de vorm van de lading;
- de afmetingen;
- de stabiliteit;
- het zwaartepunt;
- de kans dat de lading kan gaan schuiven, rollen of kantelen.
De manier waarop je de lading vastzet
Een spanband kun je op verschillende manieren gebruiken. Twee veelvoorkomende methoden zijn neersjorren en direct sjorren.
Bij neersjorren loopt de spanband over de lading. Door de voorspanning van de spanband wordt de lading extra tegen de laadvloer gedrukt, waardoor de weerstand tegen schuiven kan toenemen.
Bij direct sjorren wordt de lading rechtstreeks met spanbanden aan geschikte bevestigingspunten vastgezet.
Deze methoden werken verschillend. Hierdoor kun je het aantal spanbanden dat je bij ‘neersjorren’ nodig hebt, niet zomaar toepassen voor ‘direct sjorren’.
Wat betekenen STF en LC?
Op het label van een spanband staan verschillende waarden. De twee belangrijkste waarden om te begrijpen zijn STF en LC.
STF staat voor Standard Tension Force. Dit is de gestandaardiseerde voorspankracht die met de spanband en ratel kan worden bereikt (volgens de aangegeven gebruiksomstandigheden). Deze waarde is vooral belangrijk wanneer je de lading vastzet met neersjorren.
LC staat voor Lashing Capacity. Deze waarde geeft de capaciteit aan die voor ladingzekering mag worden gebruikt volgens de aangegeven gebruikswijze.
Kort gezegd: STF zegt iets over de voorspanning van de spanband, terwijl LC betrekking heeft op de capaciteit van de spanband voor ladingzekering.
STF en LC zijn dus niet hetzelfde. Ook de breeksterkte van een spanband is iets anders dan de capaciteit die je voor ladingzekering mag gebruiken. Daarom is een aanduiding zoals “3 ton” of “5 ton” op zichzelf niet voldoende om te bepalen hoeveel spanbanden je nodig hebt.
De bevestigingspunten en haken
Een sterke spanband is alleen effectief wanneer je deze op de juiste manier aan geschikte bevestigingspunten bevestigd. Daarom is het belangrijk om te controleren of:
- de haak of fitting in het sjorpunt past;
- de haak op de juiste manier wordt belast;
- het sjorpunt geschikt is en voldoende sterk is;
- de spanband niet kan losschieten;
- de bevestigingspunten passen bij de gekozen manier van zekeren.
Ook een sterke spanband kan verkeerd functioneren wanneer de haak of het bevestigingspunt niet geschikt is voor de belasting of de gekozen toepassing.
Wrijving, antislipmatten en bindhoek
Bij neersjorren helpt de voorspanning van de spanband om de lading extra tegen de laadvloer te drukken. Daardoor kan de weerstand tegen schuiven toenemen.
De wrijving tussen de lading en de laadvloer speelt daarbij een belangrijke rol. Een lading die gemakkelijk kan schuiven, kan onder dezelfde omstandigheden om een andere vorm van zekering nodig hebben dan een lading met meer weerstand.
Een antislipmat wordt onder de lading geplaatst en kan de wrijving tussen de lading en de laadvloer verhogen. Daardoor kan bij neersjorren onder bepaalde omstandigheden minder aanvullende zekering nodig zijn dan in een situatie met minder wrijving. Hoe groot dat verschil is, hangt af van de volledige situatie en uitgangspunten van de berekening.
Ook de bindhoek is belangrijk. De hoek waaronder de spanband over de lading loopt, bepaalt mede hoeveel van de voorspanning als neerwaartse kracht op de lading werkt.
Daarom kan dezelfde spanband in de ene situatie voldoende zijn en in een andere situatie niet.
Breedte van de spanband
Een smallere spanband kan voor sommige toepassingen voldoende zijn, terwijl een bredere spanband in andere situaties praktischer is.
Een bredere band verdeelt de druk over een groter oppervlak. Daardoor kan de kans op beschadiging van kwetsbare goederen kleiner worden. Ook kan een bredere spanband beter passen bij bepaalde toepassingen of soorten lading.
Kijk bij het kiezen van een spanband daarom niet alleen naar de breedte, maar vooral naar de waarden op het label, zoals de LC en STF, en naar de manier waarop je de lading wilt zekeren.
Hoeveel spanbanden heb ik nodig?
Het aantal benodigde spanbanden hangt onder andere af van:
- de gekozen zekermethode;
- de STF- en LC-waarde van de spanband;
- het gewicht en de eigenschappen van de lading;
- de wrijving tussen de lading en de laadvloer;
- de bindhoek;
- de positie van de spanbanden;
- de beschikbare en geschikte sjorpunten.
Daarom kun je niet alleen op basis van het gewicht van de lading bepalen hoeveel spanbanden je nodig hebt. De uitspraak dat ‘één spanband van 5 ton altijd voldoende is voor een lading van 5.000 kg’ is daarom niet juist.
Een voorbeeld: een pallet van 1.000 kg
Stel dat je een pallet van 1.000 kg moet vervoeren. Dan kijk je dus niet alleen naar welke spanband volgens de aanduiding geschikt lijkt te zijn voor 1.000 kg. Maar is het ook belangrijk om de volgende vragen te stellen:
- Hoe de pallet moet worden gezekerd?
- Hoeveel wrijving er is tussen de pallet en de laadvloer?
- Wordt de lading neergesjord of direct gesjord?
- Onder welke hoek worden de spanbanden aangebracht?
- Welke sjorpunten zijn beschikbaar?
- Welle STF- en LC-waarden hebben de spanbanden?
Pas wanneer je deze antwoorden hebt, kun je bepalen hoeveel spanbanden en welk uitvoering geschikt zijn voor die situatie.
Indicatieve tabellen voor het aantal spanbanden
Onderstaande tabellen geven een praktische indicatie van het aantal benodigde spanbanden bij neersjorren, op basis van vaste uitgangspunten.
Belangrijk: de aantallen in onderstaande tabellen zijn alleen van toepassing bij de genoemde uitgangspunten! Gebruik je een andere zekermethode, bindhoek, wrijvingscoëfficiënt, STF-waarde of andere relevante omstandigheden, dan kan ook het benodigde aantal spanbanden veranderen.
Gebruik de tabellen daarom als praktische indicatie en niet als vervanging voor een beoordeling of berekening van de volledige ladingzekering.
Indicatie zonder antislipmat
Uitgangspunten:
- zekermethode: neersjorren;
- bindhoek: 60°;
- wrijvingscoëfficiënt: μ = 0,4;
- STF volgens de betreffende spanband;
- overige omstandigheden volgens de gehanteerde berekening.
| Type spanband | STF-waarde in daN | 500 kg | 1.000 kg | 2.000 kg | 4.000 kg | 6.000 kg | 8.000 kg | 10.000 kg |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 25mm 0,8 Ton | 50 | 8 | 15 | 29 | 58 | 87 | 116 | 145 |
| 25mm 1,5 Ton | 75 | 5 | 10 | 20 | 39 | 58 | 78 | 97 |
| 35mm 2 Ton | 120 | 4 | 7 | 13 | 25 | 37 | 49 | 61 |
| 35mm 3 Ton | 270 | 2 | 3 | 6 | 12 | 17 | 23 | 29 |
| 50mm 5 Ton | 300 | 2 | 3 | 5 | 11 | 15 | 21 | 26 |
| 50mm 5 Ton Ergo | 500 | 2* | 2 | 3 | 6 | 9 | 12 | 15 |
Indicatie met antislipmat
Uitgangspunten:
- zekermethode: neersjorren;
- bindhoek: 60°;
- wrijvingscoëfficiënt: μ = 0,6;
- STF volgens de betreffende spanband;
- overige omstandigheden volgens de gehanteerde berekening.
| Type spanband | STF-waarde in daN | 500 kg | 1.000 kg | 2.000 kg | 4.000 kg | 6.000 kg | 8.000 kg | 10.000 kg |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 25mm 0,8 Ton | 50 | 3 | 5 | 10 | 20 | 29 | 39 | 49 |
| 25mm 1,5 Ton | 75 | 2 | 4 | 7 | 13 | 20 | 26 | 33 |
| 35mm 2 Ton | 120 | 2 | 3 | 5 | 9 | 13 | 17 | 21 |
| 35mm 3 Ton | 270 | 2* | 2* | 2 | 4 | 6 | 8 | 9 |
| 50mm 5 Ton | 300 | 2* | 2* | 2 | 4 | 5 | 7 | 9 |
| 50mm 5 Ton Ergo | 500 | 2* | 2* | 2 | 2 | 3 | 4 | 5 |
Welke spanbanden heb je nodig voor een motor, pallet, auto of machine?
De beste keuze hangt af van de specifieke situatie, maar onderstaande voorbeelden geven je een eerste richting.
Welke spanband heb je nodig voor een motor?
Bij het vervoeren van een motor is niet alleen de capaciteit van de spanband belangrijk. Controleer ook welke bevestigingspunten beschikbaar zijn en op welke manier de motor wordt vastgezet.
Voorkom dat de spanband langs lak, kunststof of andere kwetsbare onderdelen schuurt. Specifieke motor-spanbanden kunnen, afhankelijk van de motor en de beschikbare bevestigingspunten, een geschikte oplossing zijn.
Welke spanband heb je nodig voor een auto?
Voor autotransport zijn specifieke autotransport-spanbanden verkrijgbaar. Daarbij zijn niet alleen de spanband zelf, maar ook de bevestigingspunten, de manier waarop het voertuig wordt vastgezet en de beschikbare sjorpunten belangrijk.
Kies daarom een uitvoering die geschikt is voor autotransport en past bij jouw voertuig en transportmiddel.
Welke spanband heb je nodig voor een pallet?
Bij het vastzetten van een pallet zijn het gewicht, de afmetingen en de stabiliteit belangrijk. Kijk ook naar de positie van de pallet op het voertuig, de beschikbare sjorpunten en de manier waarop de pallet wordt gezekerd.
Afhankelijk van de situatie kunnen spanbanden worden gecombineerd met andere vormen van ladingzekering, zoals blokkeren of antislipvoorzieningen.
Welke spanband heb je nodig voor een zware machine?
Bij een zware machine is niet alleen het gewicht, maar ook het zwaartepunt, de vorm, de beschikbare bevestigingspunten en de stabiliteit belangrijk.
Een algemene vuistregel is bij dit soort lading vaak niet voldoende. Beoordeel daarom eerst de volledige situatie voordat je bepaalt welke spanbanden en welke zekermethode geschikt zijn.
Wanneer heb je een antislipmat, hoekbeschermer of beschermhoes nodig?
Naast het kiezen van de juiste spanband is het belangrijk om zowel de lading als de spanband te beschermen tegen beschadigen. Een paar eenvoudige hulpmiddelen kunnen daarbij helpen.
Antislipmat
Plaats je onder de lading om de wrijving tussen de lading en de laadvloer te verhogen.
Hoekbeschermer
Gebruik je wanneer de spanband over een scherpe of harde hoek loopt. Een hoekbeschermer kan helpen om de spanband te beschermen tegen beschadigingen en de druk beter over de lading te verdelen.
Beschermhoes
Kan handig zijn wanneer de spanband langs een ruw oppervlak loopt of wanneer de lading zelf gevoelig is voor beschadigingen.
Controleer je spanband vóór gebruik
Gebruik alleen spanbanden die in goede staat zijn. Controleer vóór gebruik:
- het bandweefsel;
- sneden, scheuren en rafels;
- de stiksels;
- de ratel;
- de haken of andere fittings;
- eventuele vervormingen;
- de leesbaarheid en de aanwezigheid van het label.
Zie je beschadigingen of twijfel je aan de staat van de spanband? Gebruik hem dan niet voor het zekeren van je lading.
De juiste spanband kiezen in 5 stappen
Twijfel je nog welke spanband je nodig hebt? Doorloop dan deze 5 stappen:
1. Bepaal het gewicht en type van de lading
Kijk niet alleen naar het gewicht, maar ook naar vorm, afmetingen en stabiliteit en het zwaartepunt van de lading.
2. Kies de manier van zekeren
Bepaal hoe je de lading wilt zekeren, bijvoorbeeld met neersjorren of direct sjorren.
3. Controleer de bevestigingspunten
De haak of fitting, het sjorpunt en de manier van bevestigen moeten geschikt zijn voor de gekozen toepassing.
4. Bekijk de waarden op het label
Let onder andere op STF en LC en kies niet uitsluitend op basis van de aanduiding “3 ton” of “5 ton”.
5. Bescherm en controleer de spanband
Gebruik waar nodig antislipmatten, hoekbeschermers of beschermhoezen. En controleer de spanband vóór gebruik altijd op gebreken en beschadigingen.
Twijfel je welke spanband je nodig hebt?
Voor een eenvoudige lading kun je met bovenstaande stappen vaak al zelf een goede eerste keuze maken. Bij een zware, kwetsbare of afwijkende lading is het verstandig om naar de volledige ladingzekering te kijken.
Twijfel je nog? Neem dan contact met ons op. Geef daarbij bij voorkeur het gewicht, de afmetingen en het type lading door, samen met de manier waarop je de lading wilt vervoeren. Dan kunnen we je gerichter helpen bij het kiezen van de juiste spanband, lengte, breedte en haken voor jouw toepassing.